kpni bij V&K

kPNI: waarom je klachten wél verklaarbaar zijn, ook als de scans niets lieten zien

Je hebt inmiddels een mapje. Uitslagen van bloedonderzoek, een echo, misschien een MRI. Overal staat hetzelfde: niets bijzonders gevonden. En toch is de pijn op je borst er nog. Toch word je moe wakker. Toch lig je om drie uur 's nachts te staren.

Je bent bij de huisarts geweest, bij de cardioloog, bij de MDL-arts, bij de fysiotherapeut. Allemaal aardige mensen die goed werk doen. Maar iedereen keek naar een stukje. En jij bent geen stukje.

In dit artikel leggen we uit wat kPNI is, wat het niet is, en voor wat voor klachten deze manier van kijken echt iets toevoegt. In gewone taal, zonder grote beloftes.

Het probleem: elk specialisme kijkt naar een los stukje

Ons zorgsysteem is opgedeeld. Dat is niet uit onwil, dat is hoe het gegroeid is. De cardioloog kijkt naar je hart. De MDL-arts naar je darmen. De psycholoog naar je gedachten. De diëtist naar je bord.

Zolang je één duidelijk probleem hebt, werkt dat prima. Gebroken pols? Naar de gipskamer. Blindedarm? Opereren. Daar is het systeem goed in en daar zijn we blij mee.

Maar jouw klachten zijn niet één ding. Je hebt pijn op je borst én je slaapt slecht én je darmen doen raar én je bent prikkelbaar én je herstelt niet meer van een drukke week. Voor de cardioloog is dat ruis. Voor de MDL-arts is dat ruis. Voor jou is het je leven.

Er is niks gevonden" is geen diagnose

Een scan laat structuur zien. Weefsel, botten, organen, vaatjes. Een scan laat niet zien hoe jouw systemen met elkaar communiceren. Of je immuunsysteem al drie jaar op een laag pitje aan het opruimen is. Of je stressas ontregeld is geraakt na die periode waarin alles tegelijk kwam. Of je darmwand al maanden een beetje te doorlaatbaar is.

Dat zijn geen dingen die oplichten op een foto. En dus krijg je te horen: we kunnen niets vinden. Wat vaak wordt vertaald naar: het zit tussen je oren. Terwijl er iets heel anders aan de hand is. Er is wél iets, alleen niet op de plek waar gekeken is en niet op de manier waarop gekeken is.

Het symptoom wordt behandeld, de weg ernaartoe niet

Je krijgt een ontstekingsremmer voor de pijn. Een slaappil voor de nacht. Een maagzuurremmer voor het branden. Oefeningen voor je rug. Stuk voor stuk logisch. En stuk voor stuk gericht op wat je nú voelt.

Alleen: het symptoom van vandaag is het eindpunt van een weg die veel eerder begon. Soms jaren eerder. Een periode van chronische stress, een infectie waar je nooit helemaal van hersteld bent, een voedingspatroon dat je systeem langzaam heeft uitgeput, te weinig daglicht, te weinig beweging, te veel zitten, een verlies dat je niet hebt kunnen verwerken.

Als je alleen het eindpunt behandelt, blijft de weg open. Dan komt de klacht terug zodra je even niet oplet. Dat is precies wat jij al een tijd meemaakt: het zakt af en dan vlamt het weer op. Je denkt dat je iets fout doet. Dat doe je niet. De onderliggende weg is gewoon nooit aangepakt.

Waarom losse oefeningen en losse pillen hier tekortschieten

Wij zien het dagelijks. Iemand komt binnen met het syndroom van Tietze, al twee jaar. Heeft ontstekingsremmers gehad, rust gehouden, oefeningen gedaan. En de pijn is er nog steeds.

Wat er dan meestal aan de hand is: er zijn meerdere dingen tegelijk gaande. Een stijve bovenrug die de ribben mechanisch belast. Een ademhaling die hoog en kort is geworden door aanhoudende stress. Een immuunsysteem dat door slechte slaap en laaggradige ontsteking niet meer goed kan afsluiten wat het is begonnen. En een hoofd dat door de onzekerheid over de pijn nog meer stresshormonen aanmaakt.

Trek je aan één van die vier draadjes, dan verandert er weinig. De andere drie houden het systeem in stand. Dát is waarom je harder werkt aan je herstel dan de meeste mensen om je heen en toch minder resultaat ziet. Niet omdat je te weinig doet, maar omdat de aanpak versnipperd is.

Daar komt bij: hoe langer klachten aanhouden, hoe meer ze gezelschap krijgen. De pijn kost slaap. Het slaaptekort verhoogt je pijngevoeligheid en je stress. De stress verstoort je vertering en je hormoonbalans. De verstoorde vertering geeft weer meer laaggradige ontsteking. En zo draait het rondje door, waarbij elke nieuwe klacht netjes bij een ander loket wordt neergelegd.

 Wat is kPNI eigenlijk?

kPNI staat voor klinische psycho-neuro-immunologie. Het is geen behandeltechniek, geen apparaat en geen protocol. Het is een manier van kijken.

De naam zegt precies wat het is. Psycho: je gedachten, emoties, wat je hebt meegemaakt. Neuro: je zenuwstelsel, je stressas, je brein. Immunologie: je afweer, ontstekingsprocessen, herstel. En de klinische PNI knoopt daar nog een aantal vakgebieden aan vast: biologie, voeding, endocrinologie (hormonen), antropologie en evolutionaire geneeskunde.

Het kernidee is eenvoudig te begrijpen. Je lichaam is geen verzameling losse afdelingen, maar een netwerk van systemen die continu met elkaar praten. Je darmen praten met je brein. Je immuunsysteem praat met je hormonen. Je slaapritme praat met je afweer. Ziekte ontstaat wanneer die onderlinge afstemming verloren gaat. En herstel begint wanneer die communicatie weer op gang komt.

Dat betekent dat een kPNI-therapeut een andere vraag stelt. Niet: welk middel past bij dit symptoom? Maar: hoe is dit ontstaan, welke systemen zijn hier uit afstemming geraakt, en wat heeft dit lijf nodig om die afstemming terug te vinden?

Wat de klinische psycho-neuro-immunologie níet is

Eerlijk zijn hoort erbij. kPNI wordt soms weggezet als alternatieve geneeskunde. Dat vinden wij onterecht, maar we snappen waar het vandaan komt: het is een integratief vakgebied en dat is lastig in een hokje te duwen.

De klinische PNI leunt op inzichten uit de neurobiologie, de endocrinologie en de immunologie. Het is geen tegenhanger van de reguliere geneeskunde, het probeert de kennis daaruit met elkaar te verbinden. Er bestaan meerjarige, geaccrediteerde opleidingen tot kPNI-therapeut en de klinische PNI is via universitaire masteropleidingen in het onderwijs terechtgekomen, onder meer aan de Universiteit van Girona en in Graz.

En wat het ook niet is: een garantie. kPNI belooft je geen genezing. Wij ook niet. Wat het je wel geeft, is begrip van waar je klachten vandaan komen en concrete aangrijpingspunten. Voor mensen die jarenlang te horen kregen dat er niets is, is dat op zichzelf al enorm veel waard.

De rol van Leo Pruimboom

Je kunt niet over kPNI schrijven zonder Leo Pruimboom te noemen. Dr. Leo Pruimboom is biochemicus en fysiotherapeut en geldt als de grondlegger van de klinische psycho-neuro-immunologie.

Hij heeft dit vakgebied met jarenlang pionierswerk internationaal op de kaart gezet, samen met onder anderen prof. dr. Frits Muskiet en Tom Fox. Hij was betrokken bij de universitaire masteropleidingen in de klinische PNI en aan de basis van de opleidingsstructuur waarlangs therapeuten zich vandaag kunnen scholen.

Zijn grote bijdrage zit vooral in de denkstap: stop met het behandelen van symptomen en ga oorzakelijke verbanden leggen. Verbind psychologie, neurologie, immunologie, biologie, voeding, antropologie en leefstijl met elkaar en kijk wat dat over deze specifieke mens vertelt. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het is precies wat in een opgedeeld zorgsysteem structureel niet gebeurt.

Voor welke klachten is kPNI uitermate geschikt?

Hier willen we concreet zijn, want dat is meestal de vraag waarmee mensen bij ons binnenkomen. kPNI is niet voor alles. Voor een acute blessure, een gebroken bot of een aandoening die medisch behandeld moet worden, ga je naar de juiste arts. Punt.

Waar de klinische PNI in ons werk het meest oplevert:

Natuurlijk, hier is alleen dat stuk:

Waar de klinische PNI in ons werk het meest oplevert:

🔍 Chronische en onbegrepen klachten. Klachten die er al maanden of jaren zijn, waar geen duidelijke medische verklaring voor gevonden is en waarbij de onderzoeken niets lieten zien.

❤️‍🔥 Aanhoudende pijn zoals het syndroom van Tietze en costochondritis. Juist hier spelen ontsteking, stress, ademhaling, slaap en voeding zo in elkaar dat een aanpak op één laag zelden genoeg is.

🔋 Langdurige vermoeidheid. Niet de moeheid van een drukke week, maar de moeheid die na een weekend niet weg is en waar je hele leven zich naar is gaan voegen.

🧠 Burn-out en stressklachten. Waarbij het stresssysteem uitgeput is geraakt en herstel niet meer vanzelf op gang komt.

🌙 Slaapproblemen. Slecht inslapen, nachtelijk wakker liggen, niet uitgerust wakker worden. Slaap is bij ons zelden een losstaand onderwerp.

🥗 Darmklachten en voedingsgerelateerde klachten. Opgeblazen gevoel, wisselende ontlasting, reacties op voeding, maagzuur. De darm is in de kPNI een van de belangrijkste ingangen.

🔥 Laaggradige ontsteking. Een lage, sluimerende ontstekingsactiviteit die je niet ziet op een standaardbloedonderzoek, maar die je herstelvermogen wel dwarszit.

⚖️ Hormonale disbalans. Klachten rond de cyclus, in de overgang, of een verstoord ritme in energie, stemming en herstel.

🚧 Vastgelopen zijn in het reguliere circuit. Als je overal geweest bent, alles hebt geprobeerd en niemand de verbanden legde.

Zie je in dit rijtje niet één, maar drie of vier dingen die op jou slaan? Dan zit je precies in de categorie waar deze manier van kijken het meeste voor je kan betekenen. Die stapeling is namelijk geen pech. Dat is informatie.

Hoe kPNI er in de praktijk uitziet

Het klinkt abstract tot je het een keer meemaakt. Daarom in laagjes hoe wij ermee werken.

Eerst je hele verhaal. We vragen ver terug. Niet alleen wanneer de pijn begon, maar wat er in je leven speelde in de periode daarvóór. Infecties, operaties, verlies, een verhuizing, een zwangerschap, een periode van te hard werken. Hoe je at, sliep, bewoog. Hoeveel daglicht je zag. Dit is geen beleefde interesse, dit is diagnostiek. De weg naar je klacht ligt in dat verhaal.

Dan de systemen langs. Voeding en vertering. Ontstekingsactiviteit. Je stressas en hoe je herstelt. Slaap en je dag- en nachtritme. Beweging. Licht en ritme, want je biologische klok stuurt meer aan dan de meeste mensen zich realiseren. We zoeken waar de communicatie tussen die systemen is vastgelopen.

Dan gerichte interventies.Meestal is dat een combinatie. Iets in je voeding, omdat ontsteking daar vaak wordt gevoed of juist geremd. Iets in je ritme: opstaan, daglicht, eetmomenten. Iets in beweging en belasting. Iets in ademhaling en ontspanning. Niet alles tegelijk, wel in een volgorde die voor jou te doen is.

En daarnaast ons handwerk.Wij zijn en blijven fysiotherapeut en manueel therapeut. Een stijve bovenrug wordt niet soepel van goede voeding. Daarom combineren we de kPNI-lijn met manuele therapie en craniosacraal werk: het lijf letterlijk weer ruimte en beweging geven, zodat het zenuwstelsel kan zakken en herstel kan doen wat het moet doen.

Wat je hieraan hebt

Het grootste verschil dat mensen benoemen is niet meteen minder pijn. Het is begrip. Ineens klopt het verhaal. Ineens is het geen los zand meer van een vermoeide periode, een gevoelige maag en toevallig ook nog pijn op je borst, maar één lijn die je kunt volgen.

En met begrip komt regie. Je weet waar je aan kunt draaien. Je weet waarom die vroege wandeling in het licht wél uitmaakt en waarom je na een slechte nacht meer pijn hebt. Je bent geen patiënt meer die wacht, maar iemand die iets kan doen.

Gaat dat snel? Nee. Een weg die jaren geleden begon draai je niet in drie weken om. Wij beloven je dat ook niet. Wat we wel doen is samen met jou uitzoeken waar die weg begon en welke afslag je nu kunt nemen.

Herken je jezelf in dit artikel — de losse stukjes, de scans zonder uitslag, het gevoel dat niemand het geheel bekijkt? Lees dan verder in onze kennisbank over de andere therapievormen waarmee we werken, of neem gerust contact op om te overleggen of kPNI bij jouw verhaal past. En past het niet: dan zeggen we dat ook.

Reactie plaatsen